Home 1

CBS: Detailhandel zet ruim 2 procent meer om in april

CBS: Detailhandel zet ruim 2 procent meer om in april

De detailhandel heeft in april 2,3 procent meer omgezet dan in april 2023, meldt het CBS. Het verkoopvolume was ook 2,3 procent hoger. De omzet van de non-food sector (inclusief detailhandel niet-in-winkel) groeide met 3,8 procent, terwijl de omzet van de foodsector (winkels in voedings- en genotmiddelen) kromp met 0,4 procent. Online is 8,8 procent meer omgezet dan een jaar eerder.

De omzetcijfers zijn gecorrigeerd voor de samenstelling van kalenderdagen in april. Op sommige dagen van de week wordt meer verkocht dan op andere dagen. Zonder deze correctie was de omzet van de detailhandel 3,0 procent hoger dan in april 2023.

Omzet Non-food Bijna 4 Procent Hoger

De omzet van de non-food sector (inclusief detailhandel niet-in-winkel) groeide in april 2024 met 3,8 procent. Het volume (de voor prijsveranderingen gecorrigeerde omzet) was 4,9 procent hoger dan een jaar eerder. De drogisterijen, de winkels in doe-het-zelfartikelen (inclusief keukens en vloeren), de winkels in recreatie-artikelen, de winkels in schoenen en lederwaren en de winkels in consumentenelektronica hebben in april meer omgezet dan in april 2023. Daarentegen hebben de kledingwinkels en de winkels in meubels en woninginrichting in april minder omgezet.

Online 8,8 Procent Meer Omgezet

De onlineomzet was in april 8,8 procent hoger dan in april 2023. Webwinkels (als hoofdactiviteit verkoop via internet) hebben 11,6 procent meer omgezet. De onlineomzet van winkels waarvan de verkoop via het internet een nevenactiviteit is (multi-channelers), was 5,4 procent hoger. De onlineomzet van de winkels in voedingsmiddelen en drogisterijen, de winkels in consumentenelektronica, de winkels in overige non-foodartikelen en de kledingwinkels lag in april 2024 hoger dan in april 2023.

Bron: CBS

CBS: Detailhandel zet bijna 4% meer om in Q1

CBS: Detailhandel zet bijna 4% meer om in Q1

In het eerste kwartaal van 2024 realiseerde de detailhandel een omzetstijging van bijna 4 procent vergeleken met dezelfde periode vorig jaar, meldt het CBS. Het verkoopvolume nam met 3,1 procent toe. Hoewel meer detailhandelaren failliet gingen dan een jaar eerder, was dit aantal relatief lager dan in andere sectoren.

De omzetstijging is te danken aan zowel hogere prijzen als een groter verkoopvolume. Dit is een positieve verandering ten opzichte van de periode tussen het tweede kwartaal van 2022 en het derde kwartaal van 2023, toen omzetgroei uitsluitend door prijsverhogingen werd gedreven.

In de non-foodsector steeg de omzet met 4,5 procent en het verkoopvolume met 4,8 procent. Drogisterijen, kledingwinkels en winkels in schoenen en lederwaren zagen een groei, terwijl winkels in consumentenelektronica en huishoudartikelen zoals meubels en verlichting een omzetdaling rapporteerden.

De online omzet van detailhandelaren nam in het eerste kwartaal met 3,8 procent toe. Pure online winkels zagen een omzetgroei van meer dan 5 procent, terwijl multichannelers, die zowel online als fysiek verkopen, een toename van bijna 2 procent noteerden.

Het aantal faillissementen in de detailhandel steeg met ruim 14 procent naar 98 bedrijven, vergeleken met 86 in hetzelfde kwartaal vorig jaar. Desondanks was de stijging van faillissementen in de detailhandel minder sterk dan die onder alle bedrijven, waar een toename van 45 procent werd geregistreerd.

Aan het begin van het tweede kwartaal 2024 waren de verwachtingen van detailhandelaren over het economisch klimaat gelijk verdeeld tussen positieve en negatieve vooruitzichten, met een saldo van -0,2 procent. Dit was een verbetering ten opzichte van het tweede kwartaal van 2023, toen het saldo ruim -4 procent bedroeg. Over het algemeen zijn detailhandelaren pessimistischer dan de gemiddelde Nederlandse ondernemer, waarvan per saldo 1,5 procent positief gestemd is over de komende drie maanden.

Bron: CBS

Hoofdlijnenakkoord cruciaal voor ondernemerschap, INretail Roept op tot concrete uitwerking

Hoofdlijnenakkoord cruciaal voor ondernemerschap, INretail Roept op tot concrete uitwerking

INretail reageert positief op het recente hoofdlijnenakkoord van PVV, VVD, NSC, en BBB, waarin het belang van ondernemerschap wordt benadrukt. De focus op het verdienen van geld als basis voor ambities wordt toegejuicht, maar vraagt om verdere concretisering. Het akkoord erkent het cruciale belang van een gezond ondernemersklimaat en de waarde van winkeliers voor lokale gemeenschappen. INretail steunt de ambitie voor strategische investeringsagenda’s voor regio’s en pleit voor een gerichte aanpak van winkelcriminaliteit. De snelheid van een nieuw kabinet en de realisatie van lastenverlaging voor ondernemers zijn essentieel voor een stabiel economisch klimaat. INretail staat klaar om samen te werken met de nieuwe ministersploeg om de toekomstplannen verder vorm te geven, waarbij de focus ligt op het intensiveren van de Impulsaanpak Winkelgebieden en het waarborgen van een gezonde economie.

Bron: INretail

CBS: Inflatie in april 2,7 procent

CBS: Inflatie in april 2,7 procent bij snelle raming

In april bedroeg de inflatie in Nederland volgens een snelle schatting van het CBS 2,7 procent, wat een daling betekende ten opzichte van de 3,1 procent in maart. Deze raming is gebaseerd op voorlopige gegevens en de officiële cijfers worden op 7 mei gepubliceerd. De inflatie wordt maandelijks gemeten aan de hand van de ontwikkeling van de consumentenprijsindex (CPI) ten opzichte van dezelfde maand in het voorgaande jaar.

Prijsontwikkeling productgroepen
Naast het inflatiecijfer onthult het CBS bij deze snelle schatting ook de prijsontwikkeling van verschillende productgroepen, die op 7 mei allemaal uitgebreid worden gepubliceerd. Verder kondigt het CBS aan dat vanaf juni 2023 een nieuwe methode wordt gebruikt voor het meten en verwerken van energieprijzen in de CPI.

Snelle raming HICP
Het CBS publiceert twee verschillende inflatiecijfers: een gebaseerd op de CPI en een op de Europees geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP). In april bedroeg de inflatie volgens de HICP 2,6 procent. Het belangrijkste verschil tussen de CPI en de HICP is dat de HICP geen rekening houdt met de kosten van het wonen in de eigen woning, terwijl de CPI deze kosten wel meeneemt op basis van de ontwikkeling van woninghuren. Deze verschillen worden nader toegelicht in een gepubliceerde publicatie.

Internationaal gebruiken lidstaten van de Europese Unie (EU) de HICP om inflatie tussen landen te vergelijken. Eurostat berekent op basis van HICP-cijfers de inflatie voor de eurozone en de EU, en de Europese Centrale Bank gebruikt de HICP voor het monetaire beleid in de eurozone.

Bron: CBS

Consumentenvertrouwen stijgt voor de 8e maand in een rij

Consumentenvertrouwen stijgt voor de 8e maand in een rij

Het consumentenvertrouwen in Nederland is in april voor de achtste opeenvolgende maand gestegen, zo meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het consumentenvertrouwen verbeterde van -22 in maart naar -21 in april. Zowel het oordeel over het economische klimaat als de koopbereidheid waren slechts een fractie minder negatief.

Met een niveau van -21 lag het consumentenvertrouwen in april onder het gemiddelde van de afgelopen twintig jaar (-10). Het hoogste punt werd bereikt in januari 2000 (36), terwijl de laagste standen werden genoteerd in september en oktober 2022 (-59). Het CBS meet het consumentenvertrouwen maandelijks sinds april 1986 op basis van het consumentenconjunctuuronderzoek. Dit vertrouwen is een gemiddelde van vijf deelvragen, waarbij van elke vraag het saldo van positieve en negatieve antwoorden wordt genomen. Bij volledig positieve antwoorden is het saldo 100, bij volledig negatieve antwoorden -100.

Koopbereidheid Vertoont Licht Verbetering

De koopbereidheid steeg in april lichtjes naar -13, vergeleken met -14 in maart. Zowel het oordeel over de financiële situatie in de afgelopen twaalf maanden als het vooruitzicht voor de komende twaalf maanden verbeterde. Het is wel zo dat consumenten de tijd voor het doen van grote aankopen even ongunstig beschouwden als in maart.

Het CBS benadrukt dat, ondanks deze lichte verbeteringen, het consumentenvertrouwen nog steeds beneden het gemiddelde niveau van de afgelopen twintig jaar ligt.

Bron: CBS

Aantal schoenherstellers in het jaar 2023 met bijna 4% gedaald

Aantal schoenherstellers in het jaar 2023 met bijna 4% gedaald

Het aantal schoenherstellers in 2023 is met bijna vier procent gedaald, zoals blijkt uit het Structuurrapport Schoenherstellers 2024 van Marktdata.nl. Gemiddeld heeft Nederland nu 24.500 inwoners per schoenherstellerszaak, en het vak wordt steeds vaker een nevenactiviteit. Momenteel zijn er 733 bedrijfsvestigingen in Nederland geregistreerd voor de reparatie van schoenen en lederwaren, waarvan 672 als hoofd- of zelfstandige vestiging. Zeeland heeft het hoogste aantal inwoners per vestiging, met meer dan 32.600, terwijl Groningen het laagste heeft, met ongeveer 21.500 per schoenhersteller.

In de afgelopen vijf jaar is zowel het aantal bedrijven als vestigingen in deze branche afgenomen. Het aantal bedrijven is met 6,9 procent gedaald, van 725 in 2018 tot 675 in 2023. Het aantal vestigingen is met 7,5 procent afgenomen, van 800 tot 740 in dezelfde periode. Alleen in 2010 was er groei in deze sector, terwijl de afgelopen jaren een jaarlijkse afname van 0 tot 2 procent werd gezien, met een sterke daling van bijna vier procent in 2023.

De meest voorkomende nevenactiviteit voor schoenherstellers is te vinden in de categorie winkels in ijzerwaren en gereedschappen, gevolgd door een combinatie van schoenherstel en sleutelservice. Anderzijds hebben ook bedrijven met een andere hoofdactiviteit, zoals winkels in schoenen of lederwaren, schoenreparatie steeds vaker als nevenactiviteit. Dit wijst op een groeiende trend waarbij schoenherstel een nevenactiviteit wordt voor verschillende bedrijven.

Bron: Structuurrapport Schoenherstellers 2024, Marktdata

CBS: Detailhandel zet bijna 2 procent meer om in januari

CBS: Detailhandel zet bijna 2 procent meer om in januari

De detailhandel heeft in januari 1,8 procent meer omgezet dan in januari 2023, meldt het CBS. Het verkoopvolume was 1,1 procent hoger. De omzet van de non-food (inclusief detailhandel niet-in-winkel) groeide met 3,1 procent, terwijl de omzet van de foodsector (winkels in voedings- en genotmiddelen) kromp met 0,4 procent. Online is 3,7 procent meer omgezet dan een jaar eerder.

De omzetcijfers zijn gecorrigeerd voor de samenstelling van koopdagen in januari. Op sommige dagen van de week wordt meer verkocht dan op andere dagen. Zonder deze correctie was de omzet van de detailhandel 2,4 procent hoger dan in januari 2023.

Omzet non-food ruim 3 procent hoger

De omzet van de non-food (inclusief detailhandel niet-in-winkel) groeide in januari 2024 met 3,1 procent. Het volume (de voor prijsveranderingen gecorrigeerde omzet) was ook 3,1 procent hoger dan een jaar eerder.

De drogisterijen, de kledingwinkels en de winkels in recreatie-artikelen hebben in januari meer omgezet dan in januari 2023. Daarentegen hebben de winkels in schoenen en lederwaren, de winkels in doe-het-zelfartikelen (inclusief keukens en vloeren), de winkels in meubels en woninginrichting en de winkels in consumentenelektronica in januari minder omgezet.

Omzet food iets kleiner

De winkels in voedings- en genotmiddelen hebben in januari 0,4 procent minder omzet behaald dan in januari 2023. Het verkoopvolume was 2,5 procent lager dan een jaar eerder. De omzet van de supermarkten lag 1,0 procent lager, de omzet van de speciaalzaken was 4,1 procent hoger.

Online 3,7 procent meer omgezet

De onlineomzet was in januari 3,7 procent hoger dan in januari 2023. Webwinkels (als hoofdactiviteit verkoop via internet) hebben 4,3 procent meer omgezet. De onlineomzet van winkels waarvan de verkoop via het internet een nevenactiviteit is (multi-channelers), was 2,8 procent hoger.

De onlineomzet van de winkels in voedingsmiddelen en drogisterijen, de winkels in overige non-foodartikelen en de kledingwinkels lag in januari 2024 hoger dan in januari 2023. De onlineomzet van de winkels in consumentenelektronica was lager dan een jaar eerder.

Bron: CBS

CBS: Inflatie stijgt naar 3,2 procent in januari; 3,5 procent exclusief energie

CBS: Inflatie stijgt naar 3,2 procent in januari; 3,5 procent exclusief energie

Consumentengoederen en -diensten waren in januari 3,2 procent duurder dan in dezelfde maand een jaar eerder, meldt het CBS. In december was de inflatie 1,2 procent. De inflatie wordt elke maand gemeten als de ontwikkeling van de consumentenprijsindex (CPI) ten opzichte van dezelfde maand in het voorgaande jaar. Het inflatiecijfer van januari is hetzelfde als bij de snelle raming die op 1 februari is gepubliceerd.

De CPI geeft ook inzicht in de prijsontwikkeling ten opzichte van een maand eerder. Prijzen voor consumenten waren in januari 0,5 procent gestegen ten opzichte van december.

Exclusief energie en motorbrandstoffen bedroeg de inflatie in januari 3,5 procent. In december was dat 3,4 procent. Het verschil tussen de inflatie en de inflatie exclusief energie is in januari afgenomen ten opzichte van december (zie tabel hieronder).

Kleinere prijsdaling energie

Vooral de prijsontwikkeling van energie (gas, elektriciteit en stadsverwarming) zorgde voor een stijging van de inflatie. In januari was energie weliswaar 9,2 procent goedkoper dan in januari vorig jaar, maar in december waren de prijzen nog 42,1 procent lager dan in dezelfde maand een jaar eerder. De veel kleinere prijsdaling in januari 2024 is toe te schrijven aan het feit dat in januari 2023 de energieprijzen sterk daalden ten opzichte van december 2022 na de invoering van het prijsplafond.

Voor het meten en verwerken van de energieprijzen in de CPI gebruikt het CBS vanaf juni 2023 een nieuwe methode. Op 30 juni publiceerde het CBS een achtergrondartikel waarin het in meer detail uitlegt wat de overstap betekent voor de CPI, de inflatie en het gebruik van de CPI voor indexeringsdoeleinden (tabel 2).

Drukkend effect voedingsmiddelen

De prijsontwikkeling van voeding had een drukkend effect op de ontwikkeling van de inflatie. Voedingsmiddelen waren in januari 2,1 procent duurder dan een jaar eerder, in december waren ze nog 4,1 procent duurder. Vooral de prijsontwikkelingen van brood- en graanproducten en groenten droegen bij aan deze kleinere prijsstijging.

Prijsontwikkelingen op korte termijn

De CPI geeft niet alleen inzicht in de prijsontwikkeling ten opzichte van een jaar geleden (de inflatie), maar ook ten opzichte van de voorgaande maand. In januari 2024 stegen de prijzen voor consumenten met 0,5 procent ten opzichte van december 2023.

Een kanttekening bij een vergelijking tussen verschillende maanden in het jaar is dat rekening moet worden gehouden met de invloed van het seizoen. Zo zijn bijvoorbeeld vliegtickets in vakantiemaanden duurder dan in maanden buiten het vakantieseizoen. De prijzen zijn dan tijdelijk hoger, maar dit is geen structurele prijsstijging. Door deze seizoensinvloeden zijn ontwikkelingen maand op maand vaak volatieler dan ontwikkelingen jaar op jaar.

Inflatie eurozone daalt licht

Het CBS publiceert sinds 1996 twee verschillende cijfers voor inflatie. Een op basis van de consumentenprijsindex (CPI) en een op basis van de geharmoniseerde index van consumentenprijzen (HICP). Consumentengoederen en -diensten in Nederland waren volgens de HICP in januari 3,1 procent duurder dan vorig jaar. In december was de inflatie volgens de HICP 1,0 procent. De inflatie in de eurozone nam af van 2,9 procent in december naar 2,8 procent in januari.

Verschil CPI en HICP

Om de inflatie tussen landen te kunnen vergelijken, berekenen de lidstaten van de Europese Unie (EU) een consumentenprijsindex volgens internationaal afgesproken definities en methoden. De Europese Centrale Bank gebruikt de HICP voor het monetaire beleid in de eurozone. Daarnaast maken de meeste landen nog een eigen, nationale prijsindex.

Het belangrijkste verschil tussen de CPI en de HICP voor Nederland is dat de HICP in tegenstelling tot de CPI geen rekening houdt met de kosten van het wonen in de eigen woning. In de CPI worden deze kosten berekend aan de hand van de ontwikkeling van woninghuren. Dit is echter niet het enige verschil. In een publicatie worden deze verschillen verder toegelicht.

Dashboard consumentenprijzen

Het dashboard consumentenprijzen toont de inflatie volgens de consumentenprijsindex (CPI) en de prijsontwikkeling voor een aantal groepen consumentengoederen en -diensten. De persoonlijke inflatiecalculator geeft inzicht in de ontwikkeling van de consumentenprijzen voor een individueel consumptieprofiel.

Bron: CBS

Aantal faillissementen stijgt met ruim 50 procent in 2023

Aantal faillissementen stijgt met ruim 50 procent in 2023

In december zijn, voor zittingsdagen gecorrigeerd, 91 meer bedrijven failliet verklaard dan in november, meldt het CBS. Dat is een stijging van 30 procent. De trend van het aantal faillissementen is meer dan een jaar stijgend. Met het decembercijfer is ook het cijfer voor hele jaar bekend. In 2023 zijn volgens voorlopige cijfers 3.271 bedrijven failliet verklaard. Dat is ruim 50 procent meer dan in 2022 (tabel 1).

Aantal faillissementen loopt op

Het aantal voor zittingsdagen gecorrigeerde faillissementen fluctueert aanzienlijk. Dalingen en stijgingen volgen elkaar snel op. Het aantal uitgesproken faillissementen piekte met 911 in mei 2013. Daarna nam het aantal faillissementen tot en met augustus 2017 af. Vervolgens bleef de trend tot medio 2020 redelijk vlak. Daarna is het aantal faillissementen verder afgenomen en bereikte in augustus 2021 met 109 een laagterecord. Vanaf mei 2022 lag het aantal faillissementen onafgebroken hoger dan in dezelfde maand een jaar eerder.

In 2023 zijn 3.271 bedrijven failliet verklaard

In 2023 zijn, niet gecorrigeerd voor zittingsdagen, 3.271 bedrijven en instellingen, inclusief eenmanszaken, failliet verklaard. Dat is 52 procent meer dan in 2022. Toen bedroeg het aantal faillissementen 2.145. Het aantal faillissementen in 2023 was nog steeds lager dan in 2019, het laatste volledige jaar voor corona.

De piek in het aantal faillissementen, van 9.431, werd tijdens de eurocrisis in 2013 bereikt. Het laagste aantal sinds de start van de statistiek in 1981 werd in 2021 genoteerd, namelijk 1.818. Dat in coronatijd relatief weinig bedrijven failliet werden verklaard, is niet los te zien van de noodsteun van de overheid (tabel 2).

Sterkste stijging faillissementen in de handel

Net als in voorgaande jaren had de handel, met 682, de meeste faillissementen in 2023. Daarna volgde de bouwnijverheid met 479. Beide bedrijfstakken behoren qua aantal bedrijven tot de grote bedrijfstakken.

In vrijwel alle bedrijfstakken gingen er meer bedrijven failliet dan in 2022. Absoluut gezien was ook de stijging van het aantal faillissementen het sterkst in de handel. In 2023 gingen hier 254 bedrijven en instellingen meer failliet dan in 2022. De toename in de detailhandel, de groothandel en de autohandel was respectievelijk 145, 105 en 4.

Met een stijging van 139 faillissementen volgde de bouwnijverheid als tweede. In de horeca ging het aantal faillissementen van 134 in 2022 naar 267 in 2023, een verdubbeling. De stijging is vooral toe te schrijven aan de eet- en drinkgelegenheden waar het aantal faillissementen 126 hoger was dan in 2022. Bij hotels en andere logiesverstrekkers was de stijging 7.

In alle provincies meer bedrijven failliet

In alle provincies zijn in 2023 meer bedrijven failliet verklaard dan in 2022. Het grootst was de stijging in Noord-Brabant met 270 bedrijven. De provincies Zuid-Holland, Noord-Brabant en Noord-Holland telden de meeste faillissementen, maar ook de meeste bedrijven (tabel 3, zie hieronder).

Bron: CBS

CBS: Iets meer faillissementen in november

CBS: Iets meer faillissementen in november

In november zijn, voor zittingsdagen gecorrigeerd, 7 meer bedrijven failliet verklaard dan in oktober, meldt het CBS. Dat is een stijging van 2 procent. De trend van het aantal faillissementen is ruim een jaar stijgend. In de eerste elf maanden van 2023 zijn ongeveer 56 procent meer bedrijven failliet verklaard dan in dezelfde periode van 2022.

Aantal faillissementen loopt op

Het aantal voor zittingsdagen gecorrigeerde faillissementen fluctueert aanzienlijk. Dalingen en stijgingen volgen elkaar snel op. Het aantal uitgesproken faillissementen piekte met 911 in mei 2013. Daarna nam het aantal faillissementen tot en met augustus 2017 af. Vervolgens bleef de trend tot medio 2020 redelijk vlak. Daarna is het aantal faillissementen verder afgenomen en bereikte in augustus 2021 met 109 een laagterecord. Vanaf mei 2022 lag het aantal faillissementen onafgebroken hoger dan in dezelfde maand een jaar eerder.

Meeste faillissementen in de handel

Niet gecorrigeerd voor zittingsdagen zijn er in november 287 bedrijven en instellingen (inclusief eenmanszaken) failliet verklaard. Van alle bedrijfstakken had de handel het grootste aantal faillissementen, namelijk 56. Dat is 11 procent minder dan in oktober.

De handel behoort tot de bedrijfstakken met de meeste bedrijven. Relatief gezien werden er in november de meeste faillissementen uitgesproken in de sector vervoer en opslag.

bron: CBS

Paradigma in de mode-industrie
Eenrichtingsverkeer van modebedrijven houdt verandering tegen,  retailers kunnen de risico’s niet meer alleen dragen, maar wat zijn de oplossingen?

“Naar aanleiding van mijn artikel over het nieuwe inkoopmodel in dit blad, heb ik een aantal reacties gekregen. Men was het geheel met me eens, maar wilde graag oplossingen horen. Ik had gehoopt reacties van modemerkbedrijven te krijgen, maar het waren allemaal reacties van zeer teleurgestelde en wellicht enigszins gefrustreerde retailers. Ze willen graag zaken blijven doen, maar het eenrichtingsverkeer van de modemerkbedrijven blijft alle mogelijke veranderingen en verbeteringen tegenhouden. Deze weerstand van de modemerkbedrijven is te begrijpen vanuit de context van hun eigen organisatie. Maar, ze vergeten dat ze niet alleen op de wereld zijn en dat het ‘pushen’ van producten naar de winkels verleden tijd is. De winkelbedrijven hebben door onder andere de crisis en de opkomst van internetverkopen niet meer de middelen en mogelijkheden om het volledige risico, in de vorm van uitverkochte producten, niet-verkochte producten en de lage omloopsnelheid, te dragen.

Lees het hele artikel hier

Home 1
Drs. Eric BuiningOver veranderingen binnen onze industrie
Neem contact op

Wilt u ons een bericht sturen? Wij nemen z.s.m. contact met u op.

0